Geachte wethouder,
Mijn naam is Noortje van Lith, 29 jaar. Ik wend mij tot u omdat mijn woonsituatie steeds vastloopt binnen het huidige woonbeleid, terwijl deze beleidsmatig wél om een oplossing vraagt.
Ik woon momenteel in een voor mij aangepaste woning bij mijn ouders. De woning is toegankelijk en passend. Volgens de regels heb ik daarom geen recht op een reguliere urgentieverklaring; dat erken ik. Tegelijkertijd leef ik als volwassen vrouw niet zelfstandig en heb ik geen echt perspectief op een eigen, passende woning.
Mijn huidige woonsituatie is afhankelijk van de aanwezigheid en draagkracht van mijn ouders. Deze situatie is per definitie tijdelijk en niet toekomstbestendig. Ik wil zelfstandig wonen vóórdat mijn ouders wegvallen, omdat wachten tot het moment dat het niet meer gaat, leidt tot een crisissituatie. Dat is niet in mijn belang, maar ook niet in dat van de gemeente.
Het ontbreken van perspectief betekent in de praktijk dat de gemeente pas kan handelen op het moment dat informele ondersteuning wegvalt. Goed en inclusief woonbeleid loopt hierop vooruit, in plaats van pas in te grijpen wanneer sprake is van nood. Preventief handelen is menswaardiger, effectiever en uiteindelijk ook goedkoper.
Als dat moment toch volgt zonder passende oplossing, dreig ik mijn eigen regie over dagelijkse keuzes, zorg en deelname aan de samenleving volledig te verliezen. Dit risico maakt een tijdige en toekomstbestendige oplossing noodzakelijk, zowel voor mij persoonlijk als in het kader van goed en inclusief woonbeleid.
Mijn situatie valt daarmee tussen wal en schip van het beleid: ik ben niet ‘urgent’ in klassieke zin, maar ook niet in staat om via reguliere woonroutes een woonruimte te vinden. Dit leidt tot een vorm van gedwongen afhankelijkheid die niet voortkomt uit eigen keuze. Daarnaast beperkt deze afhankelijkheid mijn eigen regie over mijn leven, zoals het plannen van dagelijkse activiteiten, keuzes over werk, sociale contacten en participatie in de samenleving.
Daarnaast heb ik een duidelijke en realistische woonrichting voor ogen, namelijk op ….. in Roosendaal. In deze omgeving wonen reeds familieleden, waaronder een neef en zijn partner die eveneens rolstoelgebruiker is. De toegankelijkheid van de wijk en de aanwezigheid van een informeel ondersteunend netwerk maken dit een aantoonbaar passende en duurzame woonomgeving.
Dit raakt direct aan het recht op zelfstandig wonen en autonomie, zoals vastgelegd in artikel 19 van het VN-verdrag Handicap, dat ook gemeenten bindt. Het enkele feit dat een woning toegankelijk is, betekent niet dat er sprake is van gelijkwaardig en zelfstandig wonen.
Ik vraag u daarom niet om een reguliere urgentieverklaring, maar om bestuurlijk maatwerk: een concreet en toekomstbestendig perspectief op een eigen toegankelijke woning binnen afzienbare termijn, bijvoorbeeld via maatwerkafspraken, doorstroming of aansluiting bij toegankelijke nieuwbouw.
Graag ga ik hierover met u of uw ambtenaren in gesprek om te verkennen hoe de gemeente hier invulling aan kan geven binnen haar verantwoordelijkheid voor inclusief wonen.
Met vriendelijke groet,
Noortje van Lith